1. 'T HOF
ANDERWIJK OP FRAGMENT ATLAS HATTINGA UIT 1750
Ook Anderwijk
hoort tot het rijtje buitenplaatsen, dat in de periode 1650-1800 is ontstaan.
Het grondgebied van deze hof lag aan weerszijden van de huidige Boksweg,
en wel aan Koudekerkse kant. Anders dan de naam doet vermoeden, verging
het Anderwijk niet anders dan vele andere buitenplaatsen: van eenvoudige
boerderij in de zestiende eeuw naar luxeverblijf voor patriciërs en
weer terug naar boerenbedrijfje en tot slot sloop na de inundatie.
Op de plek waar later het
buitenverblijf zou verrijzen, stond zeker al in de zestiende eeuw een boerderijtje.
Diverse lokale boeren bewerkten in de loop der tijd hier hun land. Daar
kwam verandering in toen de weduwe van Cornelis François Tas de boerderij
kocht als belegging. Zij had al het boerenbedrijf van het ernaast gelegen
Westerbeek in bezit en ging in ieder geval vóór 1608 dus over
tot de aankoop van nóg een boerderij in deze buurt. Vermogende lieden
hadden in het buitengebied van een stad of dorp onroerend goed als beleggingsobject.
Boerderijen en bijbehorende grond werden door anderen, namelijk pachters,
gerund. Op de Walcherenkaart van de cartografen Nicolaas Visscher en Zacharias
Roman uit 1655 staan beide boerderijen aangegeven. Hier rechts is een fragment
van de kaart weergegeven met de locatie van boerderij Anderwijk.
De familie Tas stond in de zestiende eeuw bekend als een voornaam geslacht.
Leden uit deze familie bekleedden hoge posten binnen het Middelburgse stadsbestuur.
Ze bezaten vele percelen bouw- en weiland, met name in de heerlijkheid Buttinge-Zandvoort.
2. FRAGMENT KAART ROMAN-VISSCHER
1655
Gezien de status
van ’schepen (wethouder) van Vlissingen’ mogen we er, met enige
voorzichtigheid, vanuit gaan dat Willem de Vos de grondlegger was van zijn
luxe buitenverblijf. Mogelijk gaf hij zijn buitenplaats de naam Anderwijk.
Dat moet aan het einde van de zeventiende of begin van de achttiende eeuw
zijn geweest. Op de kaart van het eiland Walcheren van de gebroeders Hattinga
uit 1750, wordt het bestaan van Anderwijk als buitenplaats bevestigd. In
1757 besloot de weduwe van Willem de Vos haar bezit van de hand te doen.
De nieuwe eigenaar van Anderwijk werd niet haar zoon Joris, maar diens schoonzus
Sara Tant. Deze jonkvrouw had haar domicilie in de Nieuwstraat in Vlissingen
en bezat nog een klein ’speelhofje’ net buiten de stadsgrens,
op het grondgebied van West-Souburg. Van Anderwijk heeft ze niet lang kunnen
genieten, want al in 1760 stierf Sara Tant. Het jaar daarop stuiten we op
een bekende familienaam: de Zeeuwse tak van het oud-Vlaamse geslacht Van
der Mandere. Engelbert Johan van der Mandere wordt dan eigenaar van de buitenplaats.
Hij is dan nog maar een jaar of zeventien oud. Tien jaar later verkoopt
hij Anderwijk aan zijn vader Jacob. En dat is best bijzonder. Er is dus
deze keer geen sprake van een transactie ’van vader op zoon’,
zoals we meestal zien, maar een ’van zoon op vader’. Heeft deze
overeenkomst te maken met een belastingtechnisch trucje?
Hoe dan ook, Jacob van der Mandere heeft dan al lange tijd het voorname
Der Boede op zijn naam staan. Bij bestudering van (ver)koopdocumenten kunnen
we concluderen, dat Anderwijk vanaf die tijd, het jaar 1771 om precies te
zijn, in één adem wordt genoemd en verschillende malen wordt
'getransporteerd' tezamen met Der Boede. Op 6 augustus 1771 koopt Jacob
van der Mandere van Engelbert Johan van der Mandere de 'hof Anderwijck'
voor £ 735:13:2.(1) Tussen de eigenaren
van Der Boede en Anderwijk is er dan een parallel te trekken. Jacob van
der Mandere (1707-1775), heer van Ouwwerkerk op Duiveland, was tijdens zijn
arbeidzame leven actief als raad en burgemeester van Vlissingen. Daarnaast
was hij tussen 1736 en zijn dood in 1775 bewindhebber van de VOC. Een invloedrijk
man, zo kunnen we vaststellen.
Na het overlijden van Van der Mandere en zijn weduwe Petronella van Berckel
erfden hun dochter Johanna en later kleindochter Jacoba het bezit in 1781
respectievelijk 1802. Als Mr. Abraham van Doorn in 1805 het aloude Der Boede
van Jacoba koopt, zit - zoals opgemerkt - Anderwijk daarbij inbegrepen.
Tussen Jacoba en de Van Doorn’s moet een hechte (familie?)band hebben
bestaan. In haar nalatenschap uit 1835 kunnen we opmaken, dat zes kleinkinderen
van Abraham recht hebben op de helft van haar bezit. Johanna Jacoba overleefde
al haar eigen kinderen… Abraham van Doorn kwam voort uit een geslacht
van kooplieden, dat in de achttiende eeuw fortuin zocht aan de noordkust
van Zuid- Amerika. Toen Abraham in 1760 werd geboren in de Nederlandse kolonie
Essequibo - een streek rond de gelijknamige rivier in het huidige Guyana
- hadden al drie generaties Van Doorn hier gewoond en gewerkt als plantage-eigenaar.
De naam van de plantage mag dan wel toepasselijk Doornhaag hebben geheten,
het zakelijke pad van de Van Doorn’s ging echter over rozen. Met de
handel in Essequibo vergaarde de familie een astronomisch kapitaal. Terug
in Nederland bekleedden leden uit de familie hoge functies. Abraham was
schepen en burgemeester van Vlissingen en later landdrost, het hoogste politieke
baantje van Zeeland. Zoon Hendrik Jacob werd door zijn huwelijk baron van
Westkapelle en was gouverneur van Zeeland. Later schopte hij het zelfs tot
minister van Binnenlandse Zaken. Zijn broer Anthony Pieter was in 1813 en
1814 burgemeester van Koudekerke en later rechter in Middelburg.
Niet lang na de dood van
Abraham van Doorn in 1814, werd het herenhuis van Anderwijk afgebroken.
De Van Doorn’s bezaten al Der Boede èn de uit buitenplaats
Westerbeek
voortgekomen villa Moesbosch.
Vermoedelijk werd dat na de economisch gezien zware Franse tijd (1795-1814),
toch teveel van het goede. Het boerenbedrijf van Anderwijk bleef bestaan.
Uit kadastrale gegevens van de voormalige gemeente Koudekerke kunnen we
opmaken dat aan het begin van de negentiende eeuw Jan IJzeboud hier boerde.
Later volgde zijn zoon Abraham hem op.
Omstreeks 1891 verkocht Abraham zijn bedrijf aan Pieter Leinsz Brasser.
Helaas heeft deze Koudekerkenaar zijn vak niet lang kunnen uitoefenen. Pieter
werd niet ouder dan een jaar of dertig en stierf al in 1892. Zes jaar eerder
was hij in het huwelijk getreden met Cornelia Aarnoutse. In 1915 liet Cornelia
de boerderij verbouwen. In tegenstelling tot haar man bereikte zij wel een
hoge leeftijd. Enkele jaren na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog
blies zij op haar eenentachtigste haar laatste adem uit
3. FRAGMENT MINUUTPLAN
KOUDEKERKE 1832
Vanwege oorlogshandelingen
trok het gezin Stroo in 1944 vanuit het Zwanenburggebied tijdelijk in het
leegstaande boerderijtje. Drie leden uit de familie kwamen daar nog bij.
Dit onderkomen bleek gelukkig vrij van water tijdens de inundatie van Walcheren.
Een van de bewoners was de heer Dirk Stroo die in 2009 voor het wijkblad
Klaver Vier met Jaco Simons sprak over de boerderij Anderwijk:
"Ik kon mijn werk als melkman in Vlissingen voortzetten.
In die tijd had ik verkering met Cornelia de Buck van boerderij Torenzicht.
Daar had ik een schuurtje geïmproviseerd waarin ik mijn melkkar kon
stallen. Later, in 1948, ben ik met Corrie getrouwd."; Aldus de toen
84-jarige heer Dirk Stroo. Stroo vervolgt met een anekdote:
"Ik
weet nog, dat ik hartstikke trots was op mijn pas aangeschafte Gazelle-fiets
waaraan de banden weliswaar ontbraken. Op het zoldertje van de boerderij
had ik mijn rijwiel goed verstopt voor de moffen. Als de Duisters langskwamen,
was de kans namelijk groot dat ze van alles meenamen. Toch ontdekte een
van die gasten mijn fiets, nam hem mee naar buiten en sprong er op. Omdat
een fiets zonder banden moeilijk in bedwang te houden is, reed hij regelrecht
de sloot in. Tjonge, wat hebben wij hem uitgelachen! Na de oorlog heb ik
nog jarenlang plezier gehad van mijn fiets. Mét banden, dat wel."
Anderwijk werd
in 1947 gesloopt. Wat resten en het erf werden in 1950 toegewezen aan timmerman
en aannemer Jan Cornelisz de Kroo, geen onbekende in de Koudekerkse bouwwereld.
Met de naam De Kroo werd het definitieve einde van het eeuwenoude Anderwijk
werkelijkheid.
De foto hier links werd in 2009 door Jaco Simons gemaakt op de kruising
van de Galgeweg en Boksweg en kijkt in de richting van Vlissingen. Rechts
zijn de regenboogflats van Paauwenburg boven de bomen zichtbaar. Zowel aan
de linkerzijde, dus richting Intratuin, als aan de rechterzijde van de weg,
lag buitenplaats Anderwijk.
4. BOKSWEG
EN OMGEVING OP 24-05-2009 FOTO JACO SIMONS
OPROEP:
IK BEN NOG OP ZOEK NAAR MEER BEELDMATERIAAL VAN HOF/BUITENPLAATS ANDERWIJK
- klopt het dat het nieuwe herenhuis aan de andere zijde van de straat
werd gebouwd?
- weet iemand wat de andere bebouwing inhield? Was dit een wagenhuis?
(zie kaart Hattinga)
- de weg die achter het herenhuis langs liep is later verdwenen? Bij de
sloop van het huis?