Logo koudekerke.info
voor 600 | 600-1200 | 1200-1650 | 1650-1800 | 1800-1850 | 1850-1900 | 1900-1940 | 1940-1944 | 1944-heden
algemeen
religie
boerderijen
- buytenhof
- zuiderhoeve
- 't troenkhof
- paauwenburg
- torenzicht
- de lange pacht
- groot ter hooge
- blauwe hof
- 't noordhof
- de brouwerij
- johannahoeve
- hof de pagter
- hof verhage

buitenplaatsen
veldnamen
molens
grondgebruik
kustzone
boerderij de lange pacht te koudekerke
fragment van de kaart van blaue uit 1662 ter hoogte van Koudekerke
1.FRAGMENT KAART CHRISTOFFEL BERNARDS UIT 1641 MET SCHEMATISCHE AANGIFTE VAN BOERDERIJ DE LANGE PACHT
Hofstede 'De Lange Pacht' was ooit een van de grootste boerderijen van Koudekerke met honderd gemet grond. De bovenstaande kaart van Christoffel Bernards uit 1641 toont weliswaar een boerderij op deze plek, maar over de omvang is daarmee nog weinig te zeggen. Met zekerheid kan wel worden gesteld, dat op deze plaats tenminste al 360 jaar een hofstede staat. De naam van de hof doet veronderstellen, dat er ooit sprake moet zijn geweest van 'een lange pacht' maar, of en zo ja, wanneer dat moet zijn geweest, moet nog door aanvullend archiefonderzoek worden vastgesteld. De naam moet in ieder geval voor het vervaardigen van de eerste kadastrale minuutplans van Koudekerke in 1823 aan de hofstede zijn gegeven omdat deze dan reeds zo genoemd wordt.

De naam van de familie Bokx is ook geruime tijd aan boerderij De Lange Pacht verbonden geweest en zelfs de weg, die langs de boerderij loopt, is op enig moment vernoemd naar deze familie. De bekendste bewoner van De Lange Pacht was zonder twijfel Bartolomeus Bokx, die veertig jaar op De Lange Pacht boerde. De vroegste vermeldingen van de naam Bokx, die verbonden kunnen worden aan deze hofstede duiken op in de aanwijzende tafels die behoren bij de kadastrale minuutplans uit 1823. In de jaren na het verschijnen zijn hierin de namen van Bartel Bokx en Bartholomeus Bokx geschreven en duikt ook de naam van Lieven de Jonge Borgerhoff, notaris te Vlissingen op.

Aan het begin van de 19e eeuw verschijnen ook enkele advertenties in de Middelburgsche Courant, waarin de naam Bokx voorkomt waarbij deze in verband met de hofstede wordt genoemd. In een advertentie op 27 juli 1821 blijkt, dat dan ene Jan Bokx eigenaar was van De Lange Pacht. Jan Bokx, dan nog geschreven als 'Bocx', blijkt echter al op 27 december 1818 te zijn overleden.(1) De advertentie uit 1821 kondigde de publieke verkoping op Veldzicht aan die op 17 augustus 1821 plaats zou vinden bij Monsr. Frederik Wissel. De Lange Pacht werd hier te koop aangeboden uit naam van de heren Mr. J. Reitz en A. G. Bensekom, die als gemachtigden der beneficiaire erfgenamen van wijlen Jan Bokx optraden, in tegenwoordigheid van de heer Vrederegter van het kanton Vlissingen en notaris A. van der Swalme uit Vlissingen. Uit de advertentie kan worden opgemaakt waaruit de hof op dat moment bestond: "Een welgelegene HOFSTEDE, bestaande in Huis, Schuur, Stalling Bakkeet, verderen opstal, gevolgen en toebehooren van dien, gemerkt B. No. 39, onder Koudekerke, met de Nombre van 48 Gemeten 160,5 Roeden, of Nieuwe Landmaat, 19 Bunders, 4 Roeden en 6 Ellen, onder de Gemeente van Koudekerke en WestSouburg, in diverse blokken en folio's...". De hofstede behoorde tot de boedel van Jan Bokx en was in 1821 bewoond en in pacht bij zijn zoon Bartholomeus Bokx, welke een pachtovereenkomst had die doorliep tot en met de oogst van het jaar 1856.(2) Wat de rol van Bartel Bokx en Lieven de Jonge Borgerhoff is geweest, is nog niet uitgezocht.

Niet al te lang na de eerste advertentie in 1821 duikt in 1822 een tweede advertentie in de Middelburgsche Courant op waarin wederom de boedel van Jan Bokx wordt genoemd: "De Verkooping van schuldvorderingen op de Likwidatie met de Fransche Kroon of Nederlandschen Achterstand, uit den Boedel van wijlen Jan Bocx, welke was aangekondigd tegen Vrijdag den 8 Februarij 1822, in het Groot Heeren Logement te Vlissingen, zal op dien dag geen plaats hebben, maar wordt, tot nadere gelegenheid uitgesteld." Hoe dit afstel precies is afgelopen, is nog onduidelijk, wat vast staat is, dat Bartholomeus Bokx bleef boeren op de hofstede De Lange Pacht.

Op 20 september 1828 duikt, voor zover bekend, de laatste advertentie op waarin de hofstede publiekelijk te koop wordt aangeboden: "Uit de hand te koop eene goede en welgelegene HOFSTEDE, zijnde een MELKHOF, met deszelfs Huizing, schuren enz., met 19 Bunders 4 Roeden 6 Ellen zoo WEI- als ZAAILAND, onder Koudekerke en West-Souburg; in Pacht bij Barth. Bocx. Adres bij den Notaris Borgerhoff, te VLISSINGEN" (3) Het blijft ook na deze advertentie onduidelijk of een koper De Lange Pacht in eigendom krijgt. Vast staat echter dat Bartholomeus ook na deze aankondiging op de boerderij bleef boeren.

De hiervoor reeds enkele malen genoemde Bartholomeus Bokx werd op 23 augustus 1781 te Koudekerke geboren als zoon van Jan Bokx en Neeltje Geerse. Bartholomeus groeide in Koudekerke op en huwde met de op 29 januari 1997 te Koudekerke geboren Magrietha Sijsouw. Hij heeft geruime tijd als pachter op De Lange Pacht gewoond en gewerkt maar zal op een gegeven moment toch zelf eigenaar zijn geworden van de hofstede. Uit een akte, opgemaakt door notaris Loeff te Koudekerke op 3 augustus 1847, blijkt dat de hofstede aanvankelijk 18.93.20 hectare omvatte, wat voor die tijd niet noemenswaardig groot was. Zijn vrouw Magrietha Sijsouw bracht nog 19.81.20 hecrare in waarmee de omvang totaal zo'n 100 gemet was. In de periode 1815-1854 werd er nog 6.56.33 hectare land bijgekocht waardoor zijn succesvolle bedrijf bij zijn overlijden in 1855 een omvang had van 45.30.73 hectare. Bartholomeus Bokx behoorde in levende lijven dan ook tot een van de hoogst aangeslagen inwoners van Koudekerke vanwege zijn grote grondbezit. De keerzijde van dit grondbezit vormde echter ook een aanzienlijke lijst aan schuldbekentenissen. In zijn werkzame leven was hij tot zijn overlijden onder meer lid van de gemeenteraad van Koudekerke.

Uit zijn huwelijk met Magrietha Sijsouw kwamen twee dochters voort, te weten Leijntje Bokx (9 juni 1805) en Neeltje Bokx (11 mei 1817). Nadat Magrietha overleed op 14 maart 1844(4), hertrouwde Bartholomeus op 64-jarige leeftijd met de 20 jaar jongere Neeltje Joose op 14 augustus 1846 te Koudekerke. Zij kwam uit een landbouwersfamilie, die boerde in het gebied tussen Zoutelande en Westkapelle en werd op 19 mei 1802 te Westkapelle geboren als dochter van Jan Pieter Joosse en Adriana Minderhoud.

Leuntje Bokx, de oudtse dochter van Bartholomeus Bokx, diende bij de Koudekerkse landbouwers Jan Schout en Jacobus Pieterse maar is vermoedelijk jong gestorven. Bartholomeus tweede dochter, Neeltje Bokx huwde op 14 oktober 1842 met Lein Brasser welke op 30 januari 1815 te Koudekerke was geboren. Lein was de oudste van zeven zonen van de Koudekerkse molenaar Pieter Brasser en zijn vrouw Neeltje Geertse. Bij zijn huwelijk staat hij te boek als molenaarsknecht. Op 6 april 1843 werd te Koudekerke hun enige zoon, Bartholomeus Brasser, geboren die vernoemd werd naar zijn grootvader. Kort hierop stierf Neetje Bokx waarna Lein hertrouwde met Maatje Hage, die ook op de hofstede diende.

Bartolomeus Bokx overleed tenslotte op 73-jarige leeftijd op 8 februari 1855 te Koudekerke.(4) Na zijn overlijden erfde zijn 11-jarige kleinzoon Bartholmeus Brasser (die we voor het gemak verder Bart zullen noemen) het grootste deel van zijn bezittingen omdat de enige twee dochters van Bartholomeus Bokx reeds waren gestorven en hij zelf onder huwelijkse voorwaarden met zowel zijn eerste als tweede vrouw was getrouwd. Dit was in die tijd gebruikelijk.

Lein Brasser en zijn tweede vrouw Maatje Hage kregen samen één dochter, Dina genaamd, die op 16 oktober 1855 te Koudekerke werd geboren. Het noodlot sloeg echter voor een tweede maal toe, want ook Maatje Hage stierf niet lang na de bevalling op 28 februari 1856, waardoor Lein wederom 'alleen' achterbleef. De 24-jarige zuster van Maatje was eveneens werkzaam op de hofstede en zij werd Leins derde vrouw toen zij op 20 maart 1857 in het huwelijk traden. Uit dit huwelijk werden meerdere kinderen geboren. Een zoon, Abraham Brasser, geboren op 27 december 1864, zou trouwen met Suzanna Dekker. Zij boerden op wat later 'De Peppelhoeve' is gaan heten.

Bart Brasser, zoon van Lein Brasser en Neeltje Bokx, werd na de erfenis op papier de nieuwe eigenaar van De Lange Pacht. In de praktijk betekende dit echter, dat zijn vader Lein vanaf 1855 tot circa 1866 de boerderij draaiende hield. Bart Brasser huwde op 26 oktober 1866 met Neeltje Wielemaker, geboren op 24 oktober 1842 te Koudekerke en samen kregen zij vier zonen, waaronder Francois Brasser, die op 31 maart 1869 het levenslicht zag. Hun oudste zoon Lein was vroeg gestorven en de andere zonen, Pieter en Abraham waren nog minderjarig toen Bart Brasser op 28 januari 1891 overleed. Zijn vrouw overleed op 30 juni 1922.

In 1892 werd een boedelbeschrijving opgemaakt waardoor duidelijk werd, dat Bart bij zijn overlijden zo'n 44 hectare land bezat en zijn vrouw Neeltje zo'n 4,5 hectare. Verder blijkt, dat er een hofstede was gesticht met een nieuw huis en schuur voor f 3.400,- en nabij de hofstede een tweede huis met schuurtje voor f 1.600,-. De nalatenschap werd verdeeld tussen zijn vrouw Neeltje, die voogdes werd over de minderjarige Pieter en Abraham en Francois die tevens toeziend voogd was. Uit de boedelbeschrijving kan worden opgemaakt, dat Bart stukken minder goed geboerd had dan zijn vader. Neeltje erfde de hofstede met al het onroerende goed en 21 hectare. Pieter kreeg 7.11.38 hectare met het losse huis en schuurtje. Abraham erfde 7.85.74 hectare en Francois kreeg 8.09.70 hectare.
 
hofstede de lange pacht in 1915 blank Francois Brasser volgde zijn vader Bart Brasser op als boer op de hofstede De Lange Pacht en was op 23 januari 1891 te Koudekerke zelf met Leuntje Wielemaker getrouwd. Zij was op 29 mei 1868 te Koudekerke geboren en was een dochter van Francois Haaij Wielemaker, die boerde op de Groeneweg te Koudekerke. Toen tegen het einde van de 20e eeuw Francois Brasser op De Lange Pacht boerde, woonde zijn moeder Neeltje en zijn broer Abraham daar in. De hofstede bleef zo enkele generaties in handen van de familie Brasser alvorens hij in handen kwam van de familie Vos. Nu ligt de hofstede net op het grondgebied van de gemeente Vlissingen en is er een mincamping gevestigd.
2. HOFSTEDE "DE LANGE PACHT" IN 1915   blank
De boerderij, die wordt aangeduid met de prachtige naam De Lange Pacht, is ten minste 360 jaar oud. Voor zover bekend, wordt de boerderij voor het eerst afgebeeld op de kaart van Christoffel Bernards uit 1641. In tegenstelling tot veel andere boerderijen met die ouderdom heeft De Lange Pacht nooit de ontwikkeling tot buitenplaats doorgemaakt en is het altijd een agrarisch bedrijf gebleven. De kaart die door de gebroeders Hattinga in 1750 werd vervaardigd staat te boek als behoorlijk betrouwbaar in zijn weergave en toont in vergelijking met de latere kaarten een iets andere oriëntatie van de woning en schuur, die hier in een soort L-vorm zijn weergegeven. Dit zou er op kunnen duiden, dat na 1750 de boerderij of een deel ervan is herbouwd. Met het verschijnen van de kadastrale minuutplannen van Koudekerke in 1823 wordt De Lange Pacht gedetailleerd vastgelegd en kan de omvang worden vastgesteld: Een schuur met dwars er op aan de westzijde een huis. Ten noorden staat een langwerpig gebouw, dat waarschijnlijk het wagenhuis was. De Bokxweg maakt op dat moment nog een kromming naar het westen.
 
fragment kaart hattinga met aangifte hofstede de lange pacht te Koudekerke blank fragment minuutplan Koudekerke met aangifte hofstede de lange pacht te Koudekerke
3. FRAGMENT KAART HATTINGA MET HOFSTEDE "DE LANGE PACHT" IN 1750   4. MINUUTPLAN KOUDEKERKE SECTIE A
Veel kadastrale tekeningen van latere datums zijn in de Tweede Wereldoorlog verloren gegaan, maar door een hulpkaart van een landmeter van voor 1879, een veldminuut uit 1857 en een gemeentekaart van Kuypers uit 1866 kan samen met de eerder genoemde boedelbeschrijving uit 1892 worden opgemaakt dat de hof er in ieder geval tot 1866 vrijwel onveranderd moet hebben bijgelegen en dat hierna pas enkele veranderen hebben plaatsgevonden. Zo werd er ten noorden van de schuur een nieuwe bergplaats aangelegd en werd er een stookhok aan het huis gebouwd. Het Bonneblad uit 1911 laat vervolgens de gewijzigde situatie zien. De Bokxweg is hierop rechtgetrokken.
 
fragment bonneblad 1911 met aangifte van boerderij de lange pacht  te Koudekerke in 1911 blank fragment veldminuut Westkapelle met aangifte van hofstede de lange pacht te Koudekerke
5. FRAGMENT BONNEBLAD MET AANGIFTE HOFSTEDE "DE LANGE PACHT" IN 1911   6. HOFSTEDE "DE LANGE PACHT" IN 1857
De boerderij ligt sinds de grenswijziging van 1966 in de gemeente Vlissingen en is niet langer louter een agrarisch bedrijf. Zo'n 35 jaar geleden werd namelijk al begonnen met een boerderijcamping, die de familie Vos in de loop der jaren heeft uitgebreid tot de huidige camping met 60 plaatsen. Het oude woonhuis is in 2010 vervangen door een nieuw moderner exemplaar dat in maart 2010 gereed kwam.
hofstede de lange pacht te Koudekerke in 2010
7. BOERDERIJ EN MINICAMPING DE LANGE PACHT (FOTO 17-10-2010)
 
copyright © 2001-2012 Sjoerd de Nooijer
laatst bijgewerkt op: 12 02 2012

locatie:
Boksweg, Vlissingen


bronvermelding:
tekst: Sjoerd de Nooijer
afb. 1: kaart bernaerds (ZA), 1641
afb. 2: archief Jan Roose
afb. 3: atlas hattinga, deel 8, 1750
afb. 4: minuutplan G2, 1811-1832
afb. 5: topografische kaart, 1911
afb. 6: topografische kaart, 1857
afb. 7: Sjoerd de Nooijer

geraadpleegde bronnen:
- Roose, J. en Hendrikse, H., Koudekerke in oude ansichten, Zaltbommel, 1975
- Roose, J., Hofstede De Lange Pacht en zijn bewoners in de 19e eeuw, Koudekerke, z.d.
- Koninklijke Bibliotheek
- Zeeuws Archief (ZA)
- kaart C. Bernaerds, Atlas Hattinga Zeeland (ZA) inv.nr. 12 en 13
- www.campingdelangepacht.nl
- www.kranten.kb.nl
- www.krantenbankzeeland.nl
- www.watwaswaar.nl
- www.zeeuwengezocht.nl

voetnoot 1:
bron ZA: Memories van successie kant. Vlissingen 1818-1843

voetnoot 2:
bron: Middelburgsche Courant 28-07-1821

voetnoot 3:
bron: Middelburgsche Courant 20-09-1828

voetnoot 4:
bron ZA: Overlijdensakten Koudekerke 1811-1959