1. BUITENPLAATS VIJVERVREUGD
OP FRAGMENT ATLAS HATTINGA UIT 1750
Gelegen nabij de buitenplaatsen
Toornvliet,
Ter Hooge
en Zeerust
werd ooit de inmiddels verdwenen buitenplaats Vijvervreugd gesticht. Uit
kaarten van Walcheren is af te leiden, dat deze buitenplaats tussen 1678
en 1750 moet zijn ontstaan. In 1750 vermelde Hattinga namelijk de heer Cocquel
als eigenaar op zijn kaart en had Vijvervreugd al een behoorlijke omvang.
Op een iets eerdere kaart van Hattinga was de buitenplaats nog als Vijverzicht
aangegeven. Op bovenstaande kaart is dat zichtbaar hersteld.
Direct aan de zandweg richting Koudekerke bevond zich het herenhuis, iets
wat in vergelijking met andere buitenplaatsen rond Koudekerke vrij ongebruikelijk
was. Iets verderop aan de zandweg geeft Hattinga nog een gebouw aan waarvan
onbekend is of deze tot de buitenplaats heeft behoord. Verder is van de
kaart van Hattinga af te leiden, dat al in 1750 spraken is van vijvers bij
de buitenplaats. Zo is er een L-vormige vijver te zien en een een soort
rechthoekige gracht, welke met elkaar in verbinding stonden. Onduidelijk
is of het middenterrein in de rechthoekige vijver ooit bebouwd is geweest,
mogelijk stond er een tuinhuis of orangerie.(1)
Van de heer Cocquel zijn verder geen gegevens bekend, waardoor de eerste
eigenaar waarover meer te vertellen valt, de heer Johan Valentijn Sprenger
is. Hij was ontvanger-generaal der Provincie Zeeland en in Veere geboren
op 1 mei 1734. Omstreeks 1760 moet hij Vijvervreugd in bezit hebben gekregen,
al is er ook een vermelding in het archief van de Rekenkamer van Zeeland(2),
waar Daniel Schorer de hof (of boedel van?) Vijvervreugd pas op 28 februari
1772 voor £ 1081:0:0 verkoopt aan Johan Valentijn Sprenger. Dit strookt
niet met een andere bronvermelding in archiefstukken waaruit blijkt, dat
Sprenger langer dan 30 jaar eigenaar is geweest van Vijvervreugd, als hij
op 16 januari 1794 overlijdt te Middelburg. Dit jaartal komt wel aardig
overeen met het jaartal 1760 dat aangebracht was op het ijzeren hek dat
voor de buitenplaats heeft gestaan. Onduidelijk blijft of het huis toen
al reeds enkele decennia bestond of dat het dan juist is gebouwd en er wellicht
eerder een ander huis op deze plek heeft gestaan, dat heeft moeten wijken
voor nieuwbouw. Wellicht dat nader onderzoek nog iets oplevert.
Johan Valentijn Sprenger was eerst gehuwd met J.C. Spoors, die overleed
op 5 juli 1772, waarna hij hertrouwde met Maria Benudina Schorer. Zij kregen
vier kinderen waaronder twee dochters. Na de dood van Maria Benudina Schorer
op 17 december 1785 en Johan Valentijn Sprenger op 16 januari 1794 erven
de twee dochters gezamenlijk Vijvervreugd. Dit waren Cornelia Louisa Sprenger
en Jacoba Petronella Sprenger. Uit het huwelijk van Cornelia Louisa Sprenger
en Jan Boogaert werd onder meer Charles Jacques Boogaert geboren te Vijvervreugd
op 3 juli 1810. Hij huwde met Anna Elisabeth van Adrichem, geboren op 16
juli 1810 te Breda. Charles Jacques Boogaert verwierf Vijvervreugd voor
3/8 ste deel door de aankoop van zijn zusters deel op 19 februari 1851.
Hij werd eerder al eigenaar van het 1/8 ste deel van zijn moeder toen deze
op 2 maart 1830 overleed. De overige helft van Vijvervreugd verkreeg hij
na de dood van zijn tante Jacoba Petronella Sprenger op 5 augustus 1850,
uit de nalatenschap in 1851.
Charles Jacques Boogaert en zijn vrouw kregen vier kinderen. In 1858 werd
hij door Z.M. de Koning tot ridder van de Eikenkroon benoemd, voor zijn
dertigjarig dienstverband bij de schutterij waar hij kapitein was.(3)
Na zijn dood op 7 maart 1869 besloten de erven over te gaan tot de openbare
verkoop van Vijvervreugd. De uit Koudekerke afkomstige notaris Pieter Loeff
leidde op 19 november 1869 de verkoping, die plaats vond in herberg
De Hoop, van Cornelis Roose op het Dorpsplein te Koudekerke . De verkoping
duurde de gehele dag. Hier werd de buitenplaats, verkocht en als volgt omschreven:
"Herenhuis met koetshuis, stalling, afzonderlijke kelder,
manegerie, erf, tuin, boomgaard, vijver en bosch van vermaak, zijnde 'vrij
land'." De totale buitenplaats was 10 bunders, 34 roeden en
50 ellen groot.
Door de openbare verkoop en verdeling in 16 kavels, is ongeveer te achterhalen
hoe Vijvervreugd 'met bosch van vermaak' er in 1869 moet hebben uitgezien:
Het hoofdgebouw, gelegen aan de straatweg naar Middelburg, in wijk C, op
nummer 18, werd verkocht met inbegrip van onder andere bomen, een ijzeren
hek, het mahoniehouten buffet in de suitte, zeven vaste spiegels, ramen
van de aanbouw, zonneblinden, een bedstede en nog andere inboedel. Dit beeld
kan worden aangevuld, als we onderstaande kaarten uit 1832 en 1857 vergelijken
met die van Hattinga. De vijvers hebben dan een iets andere, meer symmetrische
vorm gekregen en er is een derde ovale vijver bijgekomen. De formele tuin
heeft inmiddels plaats gemaakt voor een meer landschappelijke vormgeving,
zoals ook bij de naastgelegen buitenplaats Toornvliet te zien is. Verder
valt op, dat het huis tussen 1832 en 1857 aan de achterzijde moet zijn uitgebreid
met de eerder genoemde aanbouw welke vrij fors en rechthoekig van vorm moet
zijn geweest.
2. FRAGMENT VELDMINUUT
MIDDELBURG UIT 1857
3. VERZAMELPLAN KOUDEKERKE UIT
1811-1832
Het twee verdiepingen hoge
herenhuis was modern voor z'n tijd en had ongeveer deze symetrische indeling:
De hoofdentree bevond zich in het midden van de voorgevel en had twee naar
binnen slaande deuren met een gezamenlijke breedte van 1,5 meter. Aan weerszijden
van de entreehal lagen ruime kamers van ongeveer 6 bij 6 meter met links
een keuken en bijkeuken en rechts van de hal een ruime kamer, welke later
door de laatste bewoners de 'groene kamer' werd genoemd. Naast de keukendeur
bevond zich de toegang tot de kelder onder het huis. Achter de entreehal
bevonden zich nog twee vertrekken (de voor- en achterkamer) met dezelfde
afmetingen waaraan een glazen serre was gebouwd van circa 20m2, welke aan
de tuin grensde. Aan het eind van de entreehal was een trap naar de eerste
verdieping, waar zich nog eens vijf kamers bevonden, welke bijna allen een
afmeting van 6 bij 6 meter hadden. Later is één van de kamers
aan de voorzijde voorzien van een badkamer. Tenslotte bevatte het huis nog
enkele zolders. Zo was er een appelzolder en aardappelzolder.
Het symmetrische karakter van de indeling kwam ook naar voren in de gevelindeling.
Het rechthoekige classicistische gebouw bestond uit drie traveeën van
ieder ongeveer zes meter breed. In de middelste travee bevond zich de hoofdentree
met aan weerszijden smalle vensters. Dit deel van de gevel was voorzien
van lisenen en een groot fronton boven de daklijst, waarin zich een raamopening
bevond. Op de foto's zijn kleine beelden op de hoeken en het midden van
het fronton waarneembaar. Op de verdieping bevond zich recht boven de entree
een Frans balkon (met naar binnen openslaande deuren) en twee ramen. Boven
de ramen waren klassieke versieringen aangebracht. De twee buitenste traveeën
van de voorgevel hadden ieder één raam, dat in drie delen
was verdeeld en waarvan het middelste gedeelte omhoog kon worden geschoven.
Vijvervreugd heeft in de loop der jaren diverse verbouwingen ondergaan.
Voornamelijk aan de voorgevel, omdat de bepleisterde voorgevel in de negentiende
eeuw is aangebracht, terwijl de borstwering beneden de vensters bekleed
was met hardsteen, daterend uit de achttiende eeuw.
Van het pand zijn slechts enkele afbeeldingen
bekend, waarvan er hier één staat afgebeeld. Uit de verkoop
van de tweede kavel en de foto valt op te maken, dat er naast het hoofdgebouw
nog een tweede woonhuis stond, gelegen aan de straatweg naar Middelburg,
op adres C19. Bij de verkoop van dit huis met tuin hoorde ook een druivenkas
en een groot assortiment tuingereedschappen. Uit deze verkoop (en uit overlevering)
valt op te maken, dat Vijvervreugd een zeer bekoorlijke buitenplaats moet
zijn geweest met talrijke bloemperken waarvoor al het, bij de verkoping
opgesomde gereedschap, benodigd was.
4. VOORZIJDE VIJVERVREUGD GEZIEN
VANAF DE KRUISWEG IN 1930 (272)
Hendrik Jan van den Berge,
koopman te Middelburg bleek na de veilig met f 10.274,- de hoogste bieder
op de eerste kavel te zijn waardoor hij eigenaar werd van de buitenplaats
Vijvervreugd. De nieuwe eigenaar van de tweede kavel diende zich pas de
dag na de veiling aan. Het hoogste bod was namelijk uitgebracht door de
notarisklerk Willem Pelle in opdracht van een tot dan toe anonieme koper:
Mary Vincentia de Jonge. Zij was op 29 november 1839 met Johan Cornelis
Schorer getrouwd en woonde met hem op het naastgelegen Toornvliet.
De overige veertien percelen kwamen in handen van diverse kopers waarmee
de totale verkoop bijna f 50.000,- opbracht. Vijvervreugd versnipperde hiermee
feitelijk in zestien stukjes, maar desondanks bleven grote delen van het
bijbehorende bos, de vijvers en de tuinen bij Vijvervreugd horen. Hendrik
Jan van den Berge en zijn vrouw Pieternella Sterk betrokken op 13 mei 1870
Vijvervreugd en woonden er tien jaar. Op vrijdag 15 oktober 1880 wordt Vijvervreugd
in de uitspanning Pax
Intrantibus op 't Zand publiekelijk te koop aangeboden door de notarissen
P. Loeff uit Koudekerke en D. Verhulst te Middelburg. Vijvervreugd wordt
in de advertentie in de Goessche Courant van 9 oktober 1880 als volgt aangeprezen:
"De fraai aangelegde, met zware boomen beplante en
tot zomer- en winterverblijf geschikte buitenplaats 'Vijvervreugd', bestaande
in: Heerenhuis, tuinmanswoning, stal, koetshuis, menagerie, moestuin, boomgaard
en vijver, benevens eenige daaraangrenzende perceelen bouw- en weiland,
alles ter gezamenlijke grootte van 5 Hectaren 87 Aren 15 Centiaren, staande
en liggende in de gemeente Koudekerke, bij Middelburg, aan den straatweg
tusschen die gemeenten."(4) Op
16 oktober 1880 blijkt volgens een artikel in de Goessche Courant dat Vijvervreugd
voor f 9700,- is verkocht.(5)
Vanaf 28 mei 1883 is Johan van der Lek de Clercq eigenaar van Vijvervreugd.
Hij was rechter bij de Arrondisements- Rechtbank te Middelburg en gehuwd
met Jacoba Maria de Jonge van Ellemeet. Samen hadden ze één
dochter, Levina Anna Catharina van der Lek de Clercq. In 1894, werden bij
een bezoek van koningin Wilhelmina en de koninigin-regentes Emma aan Walcheren
zowel de buitenplaatsen Toornvliet als Vijvervreugd gepasseerd en werden
beide buitenplaatsen in een boekje dat dit bezoek beschreef als volgt omschreven:
"Toorenvliet, het buitenverblijf van den burgemeester
van Middelburg, den heer jhr. mr. L. Schorer, was prachtig versierd met
bloemen, vlaggen en planten en niet minder Vijvervreugd, het verblijf van
den heer jhr. mr. Van der Lek de Clercq; de fluwelen draperiën, met
goud omzoomd en de mooie planten daar maakten een goed effect."
Na de dood van Johan van der Lek de Clercq op 29 september 1900 betrekt
zijn dochter Vijvervreugd met haar echtgenoot Willem Constantijn van Panhuys.
Hij was burgemeester van Koudekerke van 1 juni 1901 tot 18 juni 1908, het
jaar waarin zij samen vertrokken naar Noordwijk. Één jaar
hiervoor, in 1907, werd koningin Wilhelmina, die op doorreis naar Koudekerke
was, bij Vijvervreugd opgewacht door meisjes die op een groot tapijt stonden
en als onthaal bloemen voor het koninklijke rijtuig strooiden. Er stonden
hoge vlaggenmasten met Oranje, Mecklenburgse en nationale vlaggen die kleurig
afstaken tegen het donkere taxisgroen. De koningin bedankte voor deze hulde.(6)
Jacoba Maria de Jonge van Ellemeet, weduwe van Johan van der Lek de Clercq,
vertrok op 27 augustus 1902 naar Middelburg, waar ze in 1904 in het huwelijk
trad met Willem Polman Kruseman, griffier der staten van Zeeland. Nadat
haar dochter in 1908 Vijvervreugd verliet, keerde zij er terug, tot ze op
5 juni 1916 vertrokken naar Arnhem.
Vanaf begin september 1917
werd Vijvervreugd bewoond door kno-arts, de heer A.L.J. van Hoek en zijn
echtgenote L.C. van Hoek - van Hoek en hun dochter. Zij huurden Vijvervreugd
tot oktober 1922 van Jacoba Maria de Jonge van Ellemeet. In deze periode
is de hiernaast getoonde foto van de tuin van Vijvervreugd gemaakt.
Uit een dagboekverslag van de dochter Van Hoek valt nog op te maken, dat
in november 1921 een storm over Walcheren raasde waarbij een grote olm op
de buitenplaats geveld werd en de dakpannen en zinken gootstukken van de
buitenplaats waaiden.
5. TUIN BUITENPLAATS VIJVERVREUGD
IN 1920
Na het vertrek van de familie
van Hoek wordt de buitenplaats in 1922 in de Middelburgsche Courant te koop
aangeboden. Uit de advertentie is af te leiden, dat de buitenplaats dan
zeer goed onderhouden is en bestaat uit een 'gerieflijk heerenhuis' met
een grote marmeren bevloerde vestibule, geschilderde plafonds, een badkamer,
toiletten, glasleiding, vaste spiegels, buffet, eiken betimmerde heerenkamer,
koetsierswoning, tuinmanswoningen, koetshuis, stal, bos en vijvers groot
3 hectare.
De heer Lucas Daniel Suringar werd de nieuwe eigenaar van Vijvervreugd,
maar betrok de buitenplaats pas in 1926. Hij woonde er tot 1941 toen Vijvervreugd
net als het nabij gelegen Toornvliet werd gevorderd door de Duitse landmacht,
die er het hoofdkwartier van de Atlantikwall op Walcheren en de beide Bevelanden
vestigde en dit toen aanduidde als 'Widerstandsnest Brunhild'. De divisiestaf
die op Toornvliet gelegerd was voerde in 1944 het commando over een infanteriedivisie
van circa 9000 militairen. Naast de divisiecommandant, Generalleutnant Wilhelm
Daser, bestond de staf uit 13 officieren, 35 onderofficieren en 131 manschappen.
Ook de artilleriecommandant, die het bevel voerde over een tiental batterijen
veldgeschut die voornamelijk op Walcheren waren opgesteld, verbleef op Toornvliet.
De 131 manschapen werden gehuisvest in enkele barakken in het park. Vijvervreugd
huisvestte de logistieke eenheden van de staf, waaronder de veldkeuken.
Kasteel Ter Hooge was ingericht als officiersmess en bood onderdak aan de
divisiecommandant.(7)
Als zenuwcentrum van de Atlantikwall was het centraal gelegen en beschutte
hoofdkwartier van groot strategisch belang. In de zomer van 1942 begon men
dan ook met de bouw van de eerste bunkers: een viertal dunwandige personeelsonderkomens.
Een jaar later was men door het luchtoverwicht van de geallieerden genoodzaakt
om bomvrije bunkers aan te leggen. Zo begon begin 1944 de bouw van een communicatiebunker,
drie commandoposten en drie personeelsonderkomens. Tevens werden twee personeelsonderkomens
en een keukenbunker gebouwd in het park van Vijvervreugd. Om de vele bunkers
in het park te camoufleren werden zij voorzien van zadeldaken en opgeschilderde
ramen, zoals ook in de kern Koudekerke gebeurde. Op de website van de stichting
bunkerbehoud is een fraaie luchtfoto geplaatst van het park waarin de
bunkers zichtbaar zijn.(7)
De bevrijdende inundatie van Walcheren had voor Vijvervreugd, net als voor
vele andere buitenplaatsen, catastrofale gevolgen. De bossen en vijvers
werden dagelijks overspoeld door de zee, terwijl de buitenplaats er eenzaam
en verlaten bij stond, met het klotsende water in de salons. Nadat het water
was verdwenen bleef een desolaat landschap met kale bomen achter wat in
niets meer deed herinneren aan de ooit zo fraaie tuinen van Vijvervreugd.
Christiaan Pieter Broerse (1902-1995)
heeft op verzoek van de Stichting Nieuw Walcheren na de inundatie vele groen-
projecten op Walcheren ontworpen en begeleid. Zo ook het park Toornvliet,
dat naast Vijvervreugd lag. Broerse nam de bunkers bij Toornvliet op in
het nieuwe parkontwerp, zoals zichtbaar is op de luchtfoto uit 1956. Ook
Vijvervreugd is op de luchtfoto te zien inclusief de bunkers, die daar in
de jaren zestig zijn gesloopt.
In 1948 overleed Lucas Daniel Suringar in zijn nieuwe woonplaats Leiden
waarna de buitenplaats in 1950 werd verkocht aan ir. F.H. Klokke, architect
te Middelburg, welke het in 1955 weer doorverkocht aan het bedrijf Focus
Veilig.
6. LUCHTFOTO 1956 VAN PARK TOORNVLIET
MET VIJVERVREUGD (LINKSBOVEN)
Vanaf december 1950
is er sprake van een 'kleuter dag- en nachtverblijf'
in Vijvervreugd dat hierna
als 'kindertehuis' van zuster H.H. Dop bekend stond. Zuster Dop was zeer
toegewijd en had circa twintig kinderen onder haar hoede, die door allerlei
redenen voor korte of lange tijd aangewezen waren op dit onderkomen.
Op 29 maart 1958 opende zij een nieuw kindertehuis, in een grondig verbouwd
woonhuis aan de Koudekerkseweg 114.
De Haagse familie Kooistra betrok het inmiddels leegstaande Vijvervreugd
(Koudekerkseweg 141) op 14 november 1958, nadat de in 1909 geboren Leeuwarder
Luitzen (Sapeszoon) Kooistra Hoofd Opleidingen werd bij de militaire kazerne
aan de Zuidsingel te Middelburg. Hij bewoonde het huis samen met zijn vrouw
en drie kinderen. Het gezin had een werkster in dienst: Een oudere vrouw
in klederdracht die woonde in een piepklein huisje aan de Koudekerkseweg
(richting Koudekerke, net na het landgoed links, voor de Abeelse weg).
De ‘groene kamer’ aan de voorzijde
van het huis was de enige ruimte die nog aan het voormalige kindertehuis
van juffrouw Dop herinnerde. De naam ‘groene kamer’ werd er
door de familie Kooistra aan gegeven, vanwege de kleur van de ruimte waarin
een hele rij kleine wc’tjes stond.
Nadat het woonhuis werd bewoond werd de voortuin opnieuw ingepland en werd
omstreeks 1958 de hiernaast afgebeelde foto van het herenhuis en het naastgelegen
koetshuis gemaakt.
7. HERENHUIS VIJVERVREUGD AAN DE
KOUDEKERKSEWEG IN 1958 (K002)
De voor- en achterkamer, die beiden aan
de achterzijde van het huis lagen, waren met hoge schuifdeuren met elkaar
verbonden en boden beiden toegang tot de glazen serre waarin ook wel eens
padden zaten, zo vertelde de heer Jan Willem Kooista. In de achterkamer
en de hal stonden oliekachels voor de verwarming. De andere kamers werden
verder alleen met open haarden verwarmd. “Vooral
die in de ‘voorkamer’ werd veel gebruikt, er werd dan een boomstronk
uit het bos gehaald en er half in half uit in gelegd, als die dan een stukje
opgebrand was dan werd die er een beetje verder ingeschoven."
Het hele huis was voorzien van enkel glas. “Vooral
in de winter was het er niet te harden, je moest een jas aan om naar bed
te gaan. En ’s morgen meer dan eens werd je wakker met je bevroren
adem op de dekens, en ijsbloemen op de ruiten.” De plafonds
(ca 4,75 meter hoog) waren gestucd en versierd met allerlei figuurtjes,
vooral van fruit zoals appeltjes, peertjes en druiven. “Er
is eens een keer een appeltje naar beneden gevallen, in de ‘voorkamer’,
op een glazen salontafel waar het appeltje een perfect rond gat in achterliet.”
aldus Jan Willem Kooistra.
8. INTERIEUR VIJVERVREUGD KERST 1961 (K012)
Het koetshuis had een soort
muurschildering op de muur naar de weg gericht van een gestileerd zwart
paard. In de stallen, rechts naast het koetshuis, hing een kroonluchter
die een keer op een nacht met donderend geraas naar beneden kwam. De bewoners
vonden hierna nog lange tijd stukjes kroonluchter. Mogelijk betrof het hier
een van de kroonluchters met kaarsen die vanoudsher in het herenhuis aanwezig
waren. Volgens oude omschrijvingen was het huis in vroeger tijden namelijk
voorzien van dergelijke kroonluchters, talrijke kostbare meubelen, kamers
met tapijten en spiegels tussen de ramen van de tuinkamers waardoor het
geheel nog groter leek dan het in werkelijkheid was.
De Stichting Verpleeg- en Rusthuizen Zeeland (SVRZ) werd op 16 januari 1961
de eigenaar van het vijf hectare grote landgoed Vijvervreugd.
Daar verrees een verpleeginrichting met een capaciteit van 180 patiëntenbedden
voor minder begaafde kinderen. Het complex werd ontworpen door de architecten
A. Rothuizen en P.J. 't Hooft van architectenbureau Rothuizen en 't Hooft
uit Goes. De bouw van de verpleeginrichting ‘Vijvervreugd’ is
begonnen toen de familie Kooistra er nog woonde, zij huurden het huis en
hadden zodoende met de bouw niets te maken. Het huurcontract van 1965 tot
en met 1968 was met de gemeente Middelburg, betalingen aan de Stadswerf,
en ondertekend door de Burgemeester van Middelburg. De huur liep tot 31
augustus 1968 en bedroeg in dat laatste jaar f 104,10 per maand.
Nadat de familie Kooistra in de zomer
van 1968 verhuisde naar Arnemuiden werd vanaf 15 juli 1968 in en bij de
leegstaande buitenplaats vier weken lang 'Jeugdland' georganiseerd. In het
najaar van 1968 is het koetshuis naast het herenhuis afgebroken. Niet lang
hierna viel ook het doek voor het herenhuis. Op oudjaarsdag 1968 is het
afgebrand waarna herstel onmogelijk bleek en de resten van het huis vervolgens
in 1969 werden gesloopt. De naam 'Vijvervreugd' ging over op de verpleeginrichting
van SVRZ.
bronvermelding:
tekst: Sjoerd de Nooijer
afb. 1: atlas hattinga, deel 8, 1750
afb. 2: topografische kaart, 1857
afb. 3: minuutplan G2, 1811-1832
afb. 4: archief Jan Roose
afb. 5: beeldbank ZB (65905)
afb. 6: beeldbank ZA HTAM-B0335
afb. 7-9: Jan Willem Kooistra
geraadpleegde bronnen:
- Poppe, J., Vijvervreugd en zijn geschiedenis, De Wete nr. 3, 1984
- Poppe, J., Vijvervreugd en zijn geschiedenis, De Wete nr. 1, 1985
- Jan Willem Kooistra
- Zeeuwse Bibliotheek (ZB)
- Zeeuws Archief (ZA)
- www.bunkerbehoud.com
- www.krantenbankzeeland.nl
- www.zeeuwengezocht.nl
toelichting afbeelding 1:
Op enkele kaarten van de hand van Hattinga uit de periode 1750-1752 wordt Vijvervreugd absusievelijk? aangeduid als Vijverzigt en Toorenvliet als Torenzigt. Op de hier getoonde kaart welke in 1753 is bijgewerkt en opnieuw is uitgegeven zijn bij Vijvervreugd en Toornvliet sporen zichtbaar van een correctie in de naamgeving
voetnoot 1:
Op het minuutplan Middelburg uit 1857 staat geen bebouwing meer op het middenterrein aangegeven
voetnoot 2:
bron: Archief Rekenkamer van Zeeland D 69511, Transporten onroerend goed Walcheren (2) 1757-1805
voetnoot 3:
bron: Nieuw Amsterdamsch handels- en effectenblad 13-10-1858