Tussen 1600 en
1750 heeft buitenplaats Zwanenburg bestaan. Het lag aan de rand van Koudekerke,
tegenwoordig Vlissingen, tussen de tennisbanen van DOS in het Nollenbos
en de Verlengde Burgemeester van Woelderenlaan. De eerste bekende vermelding
van Zwanenburg is die op de kaart van Willem Blaeu: Zeelandia Comitatus
(1635-1638). De kaart toont de situatie in 1598-1615 en toont naast de Walcherse
dorpen ook enkele markante buitenplaatsen waaronder Zwanenburg, wat aangeeft
dat het van enige omvang en allure moet zijn geweest.
2.AFBEELDING ZWANENBURG
OMSTREEKS 1690-1696
3.FRAGMENT KAART W. BLAEU 1635-1638
De bewoners van Zwanenburg
waren leden van de familie Ingels(e), zij vervulden in de zestiende en zeventiende
eeuw hoge bestuurlijke functies, waaronder dat van burgemeester van Vlissingen.
De buitenplaats is in het begin van de zeventiende eeuw gebouwd in opdracht
van Mr. Apollonius Ingels(e). Hij was gemeente-secretaris van Vlissingen,
en in de periode van 1662 tot en met 1691 regelmatig burgemeester van Vlissingen.
Hij was gehuwd met Maria Schot en was een broer van Mr. Caspar Ingels(e),
die in 1671 eigenaar was van de Surinaamse plantage Rodebanck.(1)
Een gravure van Cornelis Pronk van het buiten met het familiewapen van de
familie Ingels(e), werd opgenomen in de Atlas van Zeeland van Nicolaas Visscher
en Zacharias Roman (1655) en de Cronyk van Smallegange (1696). De gravure
toont een gracht met ommuurde tuin en binnenplaats met ophaalbrug. Het hoofdgebouw
heeft een enkele toren en aan de andere zijde bevinden zich langs de muur
enkele bijgebouwen.
Na de dood van de vrouw van Appolonius Ingels(e), Maria Schot in 1696, raakt
Zwanenburg vermoedelijk in verval. Uit de archieven van de Polder Walcheren
kan worden opgemaakt dat na 1713 percelen land worden verkocht. In 1715
wordt het buiten nog aangestipt in de Walcherse Arkadia van Mattheüs Gargon.
Zeker is dat de buitenplaats voor 1750 gesloopt is, getuige de kaart van
Walcheren opgemaakt door de Hattinga’s in die periode. Het wordt daar aangeduid,
als ’t Geslegte Slot Swanenburg. Uit een advertentie in de Middelburgsche
Courant op 17 november 1767 valt ten slotte nog op te maken, dat op 18 november
van dat jaar op de hof, genaamd 'Swaanenburg', aankomend mejuffrouw N. Mieris,
weduwe van de heer Andriessen, 's morgens om 10 uur 13 à 14 gemeten
elsen-, essen- en wilgenhout, een partij bomen en 'droge mustert' liet verkopen.
Mogelijk waren dit de restanten van het bos dat bij de buitenplaats behoorde.(2)
4. FRAGMENT KADASTRALE
MINUUTPLAN KOUDEKERKE SECTIE G 1811-1832
5. FRAGMENT ATLAS HATTINGA OMSTREEKS
1750
De boerenhofstede bij Zwanenburg
bleef bestaan en in het tweede kwart van de negentiende eeuw werden er verschillende
gebouwen bijgebouwd. Het geheel ontwikkelde zich tot een soort buurtschap,
hoewel nooit officieel als zodanig gekwalificeerd.
Door notaris A.M. Tak werd op maandag 11 december 1871 een openbare verkoping
aangekondigd, welke plaatsvond op de Bovenzaal van de Societeit 'De Vergenoeging'
op de Groote Markt te Middelburg. Hier werd "Eene
hofstede, genaamd 'Zwanenburg' met woonhuis, schuur en verderen timmer,
in de gemeente Koudekerke, met 26 hektaren, 50 aren gedeeltelijk tiendvrij
Bouw en Weilanden, gelegen in de gemeente Koudekerke, Grijpskerke en Vlissingen.
Verder blijkt uit die aankondiging, dat de hofstede werd verhuurd
tot 1 mei 1878 aan Lourens Kluijfhout voor f 2034,25 per jaar.In eerste
instantie was de te verkopen hoeveelheid grond groter: 26 hectaren, 60 aren
en 80 centiaren bouw en weiland liggend in de gemeenten Koudekerke, Vlissingen
en Grijpskerke, wat er op kan duiden dat nog voor de verkoop zo'n 10 aren
van de hand werden gedaan.(3) Lourens Kluijfhout
is na de verkoop op de boerderij blijven werken als pachter. Dit blijkt
uit diverse advertenties in de Middelburgsche Courant waarin onder andere
knechten of meiden werden gevraagd of werkpaarden werden verkocht. In 1893
werden 31 aren en 20 centiaren, die door Lourens werden gepacht, publiekelijk
verkocht. (4) Op 3 januari 1896 overleed Lourens
Kluijfhout en hierna bleef zijn weduwe Maatje de Rijcke de boerderij bewonen.
Zij overleed te Koudekerke op 24 mei 1914.
De hofstede werd van 1923 tot 1940 bewoond door de familie Visser die er
een gemengd bedrijf had. De andere huisjes werden door andere families met
ieder een eigen bedrijf bewoond. Samen vormden ze een hechte gemeenschap
welke uiteindelijk door oorlogshandelingen in 1940 uiteen viel.
Hofstede Zwanenburg
werd in 1940 door de Duitsers gevorderd, toen er in het nabijgelegen duingebied
een kustbatterij (Veste Heldburg) werd gebouwd.
In 1944 viel definitief het doek voor de hofstede doordat oorlogsgeweld
en de inundatie van Walcheren alle panden in het Nolle en Westduin gebied
verwoestten.
Vandaag de dag vormt alleen de waterpartij in het Nollenbos nog een tastbare
herinnering aan Zwanenburg en verwijzen enkele straatnamen in de buurt naar
de voormalige buitenplaats.